ZomerColumn 2017 – Praktijkgroep Gaming – Frank Tolboom & Kester Mekenkamp

De zomer van 2017 lijkt er een te zijn als elke andere, waar nog enkel sportevenementen de gesprekken tijdens de lunch bepalen, de gemiddelde achttien regenachtige dagen in augustus gewoon gehaald worden, en de onderhandelaars in Den Haag, behelst met de taak een coalitieakkoord te sluiten, ook gewoon de tijd vinden om drie weken het land te ontvluchten. Toch zijn ervoor diegenen actief in de kansspelwereld, tijdens de spreekwoordelijke komkommertijd van dit jaar, genoeg aanleidingen tot overdenking. Deze zomer column zal daarom kort enkele spraakmakende ontwikkelingen beschouwen die vlak voor de zomerperiode in gang zijn gezet.

Nieuw handhavingsbeleid

De grootste reuring ontstond door een persbericht van de Kansspelautoriteit (KSA) op 27 mei waarin de toezichthouder aankondigde haar handhavingsbeleid, middels de zogeheten prioriteringscriteria, uit te breiden. In aanvulling op de drie oorspronkelijke criteria, op basis waarvan de KSA aannemelijk acht dat een kansspelaanbieder zich richt op de Nederlandse consument, te weten, een website met een .nl-extensie, dan wel een website die te raadplegen is in het Nederlands, of online kansspelaanbod waarvoor reclame wordt gemaakt via radio, televisie of in geprinte media gericht op de Nederlandse mark, introduceerde de KSA in één klap een hele rits aan extra criteria. Indicatoren voor een focus op Nederland zijn nu tevens: domeinnamen met daarin typische aan Nederland refererende begrippen in combinatie met kansspeltermen, overige kenmerken waaruit gerichtheid op Nederland is af te leiden, het gebruik van betaalmiddelen die uitsluitend of grotendeels door Nederlanders worden gebruikt en het ontbreken van “geoblocking”. Gevolg van deze plotselinge koerswijziging: veel onduidelijkheid. Aan de ene kant zien we dat veel kansspelaanbieders zich conformeren aan de nieuwe omstandigheden. Aan de andere kant heeft een aanbieder gekozen voor de aanval en een gerechtelijke procedure aangespannen tegen de KSA. In de aanloop naar de introductie van een vergunningensysteem voor online kansspelen wordt de druk onnodig opgevoerd.

Wet Koa

Het wetsvoorstel Kansspelen op Afstand (Wet Koa) blijkt echter wel nog steeds een pijnpunt te zijn. Voor zover voorspellingen omtrent de daadwerkelijke invoering van deze voorgestelde (en tevens hoognodige) regulering überhaupt van waarde zijn, haar politiek gevoelige aard heeft reeds meerdere malen tot vertraging geleid, ziet het er vooralsnog naar uit dat de antwoorden van het Ministerie van Veiligheid en Justitie op vragen gesteld in de Eerste Kamer over dit wetsvoorstel, tezamen met de (concept) lagere regelgeving, in het 4e kwartaal, zullen worden gepubliceerd. Vervolgens zal, vermoedelijk, vlak voor het kerstreces of erna, het plenaire debat in diezelfde Kamer worden gehouden.

Juridische procedures

Het Europees Hof van Justitie deed eind juni eveneens een duit in het zakje, door, in relatie tot Unibet’s uitsluiting van de Hongaarse onlinekansspelmarkt, te oordelen dat nationale autoriteiten, naast strafsancties, eveneens geen bestuurlijke sancties mogen opleggen aan kansspelaanbieders die op onrechtmatige wijze zijn uitgesloten van die nationale markt. Volgens het Hof is dit het geval, indien er sprake is van een vergunning-verleningsprocedure die niet verenigbaar is met EU recht (of de afwezigheid van een dergelijke procedure). In een bijdrage aan de Gaming in Holland Newsletter hebben Alan Littler en Justin Franssen al enkele nuances aangebracht met betrekking tot de impact die deze zaak kan hebben op de Nederlandse situatie.

Prangender voor het Nederlandse kansspelbeleid was de procedure voor de Raad van State begin juli. Daarin moest de Afdeling Bestuursrechtspraak (ABRvS) zich buigen over een geding tussen, aan de ene kant De Lotto en de KSA, en aan de andere kant onder meer de Britse kansspelaanbieder Betfair. Het geschil betrof meerdere bijeengevoegde procedures over, kort gezegd, de verschillende vergunningsaanvragen en de uiteindelijke vergunningstoewijzing voor het organiseren van sportweddenschappen en lottospellen voor de periodes 2015-2016, 2016-2017 en 2017-2022.

In het oorspronkelijke geding oordeelde de Rechtbank Den Haag, in het voordeel van Betfair, dat De Lotto, met de betrekking tot de periode waarin zij nog niet gefuseerd was met de Staatsloterij, niet voldeed aan de vereiste strenge controle door de Nederlandse Staat, als gevolg waarvan de vergunning niet op juiste wijze aan haar was verleend. De KSA had een zogeheten “transparante gunningprocedure” moeten voeren, waardoor andere geïnteresseerden ook mee hadden kunnen dingen naar de vergunning.

Uiterst belangwekkend is dat tijdens de behandeling in hoger beroep voor de ABRvS, zowel deze transparante allocatie van vergunningen onderwerp van debat was, alsmede de inrichting van het gehele Nederlandse kansspelvergunningensysteem. Wat betreft dat laatste, gaat het om het daadwerkelijk uitgevoerde beleid met betrekking tot de verschillende deelmarkten in de kansspelsector (casino spellen, sportweddenschappen, kansspelautomaten, loterijen etc.), en de daaruit voortkomende (in)consistentie van het systeem. Zodoende, liggen er nu een aantal vragen voor aan de ABRvS, die, hopelijk, beantwoord gaan worden.

Openstaande vragen over verenigbaarheid van het huidige Nederlandse kansspelbeleid met EU recht

Aangaande de verlening van vergunningen, dient er een antwoord te komen op de vraag of het enkele feit dat de onderneming, waaraan de vergunning verleend wordt, een staatsdeelneming is, voldoende wordt geacht om te kunnen spreken van een strikte controle door de overheid, als gevolg waarvan wordt voldaan aan Europeesrechtelijke uitzonderinggrond en de betreffende vergunning niet transparant hoeft te worden verleend. Of anders, en een stuk korter, gesteld: Kan de fusie tussen de Lotto en de Staatsloterij een onjuist verleende vergunning legitimeren? Daarnaast de vraag in hoeverre dit het geval kan zijn, indien de fusie is aangegaan, niet uit redenen van algemeen belang, maar vanwege financiële motieven (zie in deze context ook een eerdere uitspraak waarin de Rechtbank Den Haag al opmerkte dat “het ophalen van meer geld doel lijkt te zijn geworden van het overheidsbeleid”)?

Ook is een antwoord gewenst op de vraag of een vergunningensysteem, waarbij enerzijds voor bepaalde productsoorten (gekenmerkt door een hoog verslavingsrisico) sprake is van een expansief beleid waarbij meerdere private vergunninghouders met elkaar in concurrentie staan en anderzijds voor productsoorten (die bekend staan om een lage kans op verslaving) juist wordt vastgehouden aan schaarse dan wel exclusieve vergunningen, voldoet aan de eisen van consistentie (de Raad van State heeft al eerder vraagtekens gezet bij de consistentie van het huidige systeem)? Het Europees Hof van Justitie heeft in het Carmen Media-arrest een dergelijke situatie in Duitsland onverenigbaar geacht met Europees recht.

Afsluitend

Een einduitspraak van de Afdeling wordt begin 2018 verwacht. De uitspraak heeft mogelijk verstrekkende implicaties voor het huidige kansspelbeleid en zal daarom hopelijk kunnen worden behandeld in onze Wintercolumn. In onze Herfstcolumn zullen we waarschijnlijk ingaan op het nieuwe regeerakkoord (indien de partijen er eindelijk eens uitkomen) alsmede lagere regelgeving behorend bij het Wetsvoorstel KOA waarnaar menigeen reikhalzend uitkijkt.

 

Posted in